Centraal in het werk van Art van Triest staat de menselijke neiging om onze fundamentele angst en onzekerheid te bestrijden met orde en systemen. Hij beschouwt dit als een copingmechanisme: een poging om grip te krijgen op de wereld om ons heen, die voortkomt uit een diepe behoefte aan controle, of de illusie van controle.
Van Triest ziet deze neiging om de werkelijkheid in een systeem te kaderen op verschillende niveaus. Het is verankerd in ons denken: we verdelen de wereld om ons heen in categorieën en gebruiken rationele constructies om verschillen te definiëren en verbanden te leggen. Dit geeft ook in concrete zin vorm aan onze wereld: van spreadsheets tot stedenbouw en landbouw of architectuur.
Zijn werk is een visueel onderzoek, waarin hij zich afvraagt hoe dit kader zich verhoudt tot de fysieke werkelijkheid van de wereld om ons heen. Van Triest beschouwt het raster als een te simplistische manier om met de werkelijkheid om te gaan. Met zijn werk wil hij een visueel tegenwicht bieden aan de vereenvoudiging en standaardisering van onze omgeving en manier van denken. Hij streeft naar een meer realistische positionering van de mens, waarin we ons op een meer complete manier tot de werkelijkheid kunnen verhouden.
“Van Triest stelt de lineariteit van ons ideaal van produceerbaarheid ter discussie. Alsof we alles kunnen (begrijpen) en in hokjes kunnen plaatsen. De rationele, geometrisch bepaalde structuur van het raster is voor hem daar de ultieme belichaming van. (…) Het is wereldwijd in vele subtiele en minder subtiele variaties terug te vinden in stadsplannen en in de architectuur. Voor Van Triest is het raster, en daarmee het rationele, lineaire denken, niet onschuldig.”
– Architectuurhistorica Astrid Aarsen over de solotentoonstelling Grids in Kunstenlab, 2020.
Van Triest: “Met mijn werk zoek ik naar visuele, suggestieve vormen om mijn gedachten over te brengen over hoe het controlerende en soms polariserende raster letterlijk en visueel beïnvloedt hoe we onze omgeving waarnemen en vormgeven.”